Expert class Type design

Docent: Frank E. Blokland

Je wil je ver­di­e­pen in de ach­ter­gron­den en onder­lig­gende struc­tu­ren van let­ters en typo­gra­fie èn je wil je bekwa­men in het ontwer­pen van let­ters, meer inzicht krij­gen in font­pro­duc­tie en de hier­voor beschi­k­bare sof­tware. Schrijf je hier in via het inschrijvingsformulier.

In de exper­t­class Type design van het Plantin Instituut voor Typografie wor­den de ‘gehe­i­men’ van de actu­ele typo­gra­fi­sche repre­sen­ta­ties van het Latijns schrift (kapi­taal, romein en cur­sief) tot in detail behan­deld. De onder­lig­gende har­mo­ni­sche, pro­por­ti­o­nele en rit­mi­sche struc­tu­ren van let­ters en de daa­ruit voor­tko­mende typo­gra­fi­sche con­ven­ties en regels wor­den gea­na­ly­s­e­erd en ont­leed. In de eer­ste module van de oplei­ding wordt deze ver­wor­ven ken­nis gecom­bi­ne­erd met pra­kti­sch onder­richt over het gebruik van fontproductie­software, wat uite­in­de­lijk resul­te­ert in de cre­a­tie van een digi­taal letter­ont­werp, een revi­val. In module 2 maakt elke cur­sist zijn eigen boekletter.

Voor de eer­ste module van de cur­sus, waar­voor een attest kan wor­den beha­ald, is geen spe­ci­fiek instro­om­ni­veau vere­ist, al wordt een ‘gra­fi­sche voo­ro­plei­ding’ beschouwd als een mini­male voor­wa­arde, alsook teke­n­va­ar­di­gheid en ken­nis van sof­tware ‘Adobe Illustrator’.

Om toe­gang tot de twe­ede module te verkrij­gen, moet de eer­ste module met posi­tief resul­taat afge­rond zijn. Bij het sla­gen van de twe­ede module wordt het ‘Getuigschrift Type design van het Plantin Instituut voor Typografie behaald.

De exper­t­clas­ses vin­den pla­ats in het audi­to­rum van het Plantin Instituut voor Typografie in het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet in Antwerpen.

De intens­i­eve samenwerking met dit museum maakt het moge­lijk dat voor delen van de exper­t­clas­ses, zoals het ontwi­kke­len van een revi­val, er gebruik gemaakt kan wor­den van uniek let­ter­ma­te­ri­aal uit het museum, waar­bij reke­ning wordt gehou­den met de regle­men­te­ring op het repro­duc­ti­e­re­cht van het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet.

De les­sen kun­nen Engelstalig zijn om zo de expert class toe­ganke­lijk te maken voor inter­na­ti­o­nale stu­den­ten. Het aan­tal stu­den­ten voor deze expert class is beperkt.

TOP


Praktisch

Module 1

  • leren omgaan met schrift, let­ter, manu­ele toe­pas­sin­gen (analoog)
  • aan­le­ren en kun­nen werken met spe­ci­fi­eke sof­tware (digi­taal: FontLab Studio, DTL FontMaster e.d.)
  • de stu­die, de aan­zet­ten en het ontwer­pen van een revival
  • het digi­taal rea­li­se­ren van het ontwerp

De model­len die aan­ge­re­ikt wor­den kun­nen onder wel­be­pa­alde voor­wa­ar­den uit de col­lec­tie van het museum ter beschi­kking wor­den gesteld.

Module 2

  • de stu­die, de aan­zet­ten (en het ontwer­pen) van een boekletter.

Het eigen ontwerp module 1 (of een ander ontwerp) ver­der omzet­ten naar font­pro­duc­tie, en de moge­lijkhe­den van de font­pro­duc­tie ver­der uitdiepen.

TOP

Programma

Programma ‘Expertclasses Letterontwerpen / Type design’
Module 1 & 2 vor­men een geheel van 10 lesdagen

Module 1

1: Typografie, con­ven­ties en Harmonische Systemen

  1. De Harmonische Systemen kapi­taal, romein en cur­sief.
    Hoe zit­ten de let­ters die hun oor­sprong vin­den in de Italiaanse renais­sance en die nu digi­taal wor­den toe­ge­past in elkaar? Om antwo­ord op deze vraag te geven wor­den de Harmonische Systemen ontleed.
  2. Typografische struc­tu­ren in rela­tie tot de Harmonische Systemen.
    Wat is de rela­tie tus­sen de let­ter­vor­men en de ‘regels’ voor typografie?
  3. Archetypes (de let­ters van Nicolas Jenson, Francesco Griffo en Claude Garamond) en con­ven­ties.
    Hoe zijn de ‘regels’ voor de (heden­da­agse) typo­gra­fie ontstaan?

2: Vorm, con­struc­tie en contrast

  1. Contrastsoorten (trans­la­tie [brede pen], expansie [spitse pen] en hybri­di­sche vari­an­ten).
    Waarin vin­den de pro­por­ties, vor­men en details van de let­ters van bijvo­or­be­eld Garamond en Baskerville hun oorsprong?
  2. Contrast en con­tras­tver­loop.
    Het dik/dun ver­schil in let­ters en de wijze waa­rop dit verloopt.
  3. Contrast en (de vorm van) schre­ven.
    Wat zijn schre­ven, wat is de rela­tie en func­tie ervan ten opzichte van het con­trast en is een schre­e­floze per defi­ni­tie een let­ter zon­der schreven?
  4. Vorm, contrast/soort/verloop en stijl­perioden
    Waarom en waa­rin ver­schil­len de let­ters uit de ver­schil­lende stijl­perioden? Wat is de rela­tie in vorm ten opzichte van bijvo­or­be­eld de archi­tec­tuur, beel­dhou­wkunst, schil­derkunst en muziek?
  5. Letterclassificatie.
    Wat voor metho­des kun­nen er wor­den gebru­ikt om let­ter­ty­pes in te delen? In hoe­verre zijn de let­ter­clas­si­fi­ca­ties van bijvo­or­be­eld Maximilien Vox en Gerrit Noordzij uni­ver­seel toepasbaar?

3 /4: Letterontwerpen (introductie)

  1. Constructie, pro­por­ties en contrast/soort/verloop in een letter­ont­werp.
    Aan de hand van DTL LetterModeller (LeMo) wor­den de eer­ste schre­den gezet op het gebied van het letterontwerpen.
  2. Idioom.
    Wat onder­sche­idt de ene let­te­ron­twer­per van de andere? Waarom en waa­raan herke­n­nen we de let­ters van bijvo­or­be­eld Eric Gill, Hermann Zapf of Jan van Krimpen?
  3. Revivals.
    Wat is een revi­val? Op basis van welke cri­te­ria wordt een keuze gemaakt van ori­gi­ne­len? Hoe moe­ten his­to­ri­sche drukken wor­den geïn­ter­pre­te­erd? Hoe en in welke mate moe­ten stokdi­ktes, con­trast en schre­ven van een revi­val wor­den gestandaardiseerd?

5: Evaluatie

TOP

Module 2

1: Fontproductiesoftware (introductie)

  1. Analoog ver­sus digi­taal.
    Het omzet­ten van ana­loge teke­nin­gen via een digi­ti­zer (Ikarus for­maat) of via auto­tra­cen ver­sus het direct teke­nen op het beeldscherm.
  2. Countourbeschrijvingsformaten.
    Het Ikarus for­maat, kubi­sche Bézierkurven (PostScript Type1 / OpenType CFF) en kwa­dra­ti­sche Bézierkurven (TrueType / OpenType TTF).
  3. Ikarus en DTL FontMaster
    Batch geo­ri­en­te­erde modu­les voor de ges­pe­ci­a­li­se­erde pro­fes­si­o­nele fontproductie.
  4. FontLab Studio
    Wereldwijd de meest toe­ge­paste fonteditor.
  5. FontForge
    Open sou­rce (gra­tis) fonteditor.
  6. Adobe Illustrator
    Het ontwer­pen van let­ters in Adobe Illustrator en het expor­te­ren van de resul­ta­ten naar fonteditors.

2: Glyph databases

  1. Uitwerking (esthe­ti­sch en tech­ni­sch) van con­tou­r­be­schrijvin­gen (glyphs).
    Het gede­tail­le­erd uitwerken van een letter­ont­werp in een ‘glyph editor’.
  2. Uitwerking van de glyph set.
    Van het bou­wen van ‘basis’ kara­kter­sets tot aan de onder­ste­u­ning van meer­vou­dige codepages.
  3. De stel­ling (jus­te­ren).
    Het jus­te­ren van let­ters en het bepa­len van de diktewaarden.
  4. Kerningparen.
    Het hoe en waa­rom van het maken van cor­rec­ties op de dikte­wa­ar­den. Wat zijn de beperkin­gen van het uit het loo­dtijd­perk geër­fde sys­teem met let­ters op rechthoeken?

3: Datamanagement

  1. Batch mana­ge­ment.
    Het ver­der uit­bou­wen van de glyph set (in batch), zoals het pla­at­sen van accenten.
  2. Kwaliteitscontrole.
    Het checken van (con­tou­ren van) glyphs en code pages (in batch).
  3. File mana­ge­ment.
    Het orga­ni­se­ren van files voor de naa­mg­e­ving en metrics van fonts (voor batch productie).

4: Fontgeneratie

  1. Fontformaten.
    Een beschrijving van de actu­ele font­for­ma­ten (PostScript Type1, TrueType en OpenType [CFF en TTF]).
  2. Automatisering (batch pro­ces­sen).
    Het geau­to­ma­ti­se­erd gene­re­ren van fontdata.
  3. Scripten.

5: Fontformaat-bewerking

  1. OpenType Layout fea­tu­res.
    Het toe­vo­e­gen van OpenType Layout fea­tu­res (in batch).
  2. Delta-hints.
    Het toe­vo­e­gen van instruc­ties voor de opte­ke­ning van let­ters op lage resoluties.
  3. Het bewerken van gege­ne­reerde fonts.
    Het veran­de­ren of het toe­vo­e­gen van infor­ma­tie aan reeds gege­ne­reerde fonts.

6: eva­lua­tie
Het pro­gramma is onder voor­be­houd en kan nog wor­den aan­ge­past ten voor­dele van de opleiding.

TOP

Benodigdheden

Digitaal

De cur­sis­ten zijn in het bezit van een lap­top met een bes­tu­ringssys­teem naar keuze (bijvo­or­be­eld Mac OS, Windows of Linux). Fontproductiesoftware wordt in de vorm van demo, light en open sou­rce ver­sies aan de cur­sis­ten ter beschi­kking gesteld.

Analoog

Tekenmaterialen: teken– en kal­ke­er­pa­pier (A4 — 120 gr), vul­po­t­lood (max­i­maal 0,5 mm) met HB of B sti­f­tjes, een vla­k­gom, zwarte vilt­s­ti­f­ten (ronde punt, ver­schil­lende dikten), bre­e­k­mesje, pla­k­band, lini­aal 30 cm (met 0,5 mm indeling).

Inschrijvingen

Inschrijfformulier.

TOP